Zoektocht naar traumaverwerking: een veilige haven

veilige haven

Dinsdag had ik een gesprek met onze gezinsbehandelaar die even wilde checken dat het klopt dat onze oudste zo moeilijk praatte. Tuurlijk, hij kan gewoon praten. Maar niet als het gaat om verwoorden wat hij voelt, om zeggen wat hij bedoelt. Van kleins af aan al slaat hij dicht. Hij roept ‘weet ik niet’ en kruipt in zijn schulp. Doorvragen heeft geen zin, dan krijgen we tranen en kruipt hij steeds dieper in zijn schulp. Al jaren breken we ons het hoofd. Inmiddels is hij ouder, lukt het soms ietsje beter, maar vaak zegt hij: “ik weet het gewoon niet hoe ik het moet zeggen”.

Gisteren had ik een gesprek met zijn meester op school. Want lezen is niet echt zijn sterkste punt. Hij doet het niet graag, doet het dus niet en oefent daarmee dus ook nauwelijks. Hij zegt: “ik vind het moeilijk, ik kan het niet onthouden”. Maar ja, als je niet oefent, word je ook niet beter. In gesprek met de meester blijkt dat begrijpend lezen inderdaad achterblijft, maar dat bij doorvragen wel blijkt dat hij de tekst gesnapt heeft. “Het omzetten naar een antwoord, dat lijkt hij vooral moeilijk te vinden,” zegt de meester.

‘s Avonds open ik Facebook en kom ik dit interview tegen met Bessel van der Kolk. En lees ik (onder andere): “Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven.”

Ik lees het. En ik lees het nog een keer. En ik zie gewoon voor me wat er gebeurt: oudste zoon krijgt een vraag, voelt zich vanuit de basis onveilig en blokkeert. Heeft gewoon geen woorden meer. We zien hem verstijven. Hij krijgt een soort masker op en is onbereikbaar in zijn schulp.

Zou dat het zijn? Ik vraag me af: zou het feit dat hij dingen niet kan verwoorden te maken hebben met de ingrijpende gebeurtenissen als kind? Vooral in situaties die hij als onveilig ervaart, zoals iemand stelt een vraag, er wordt een antwoord van mij verwacht, straks zeg ik het verkeerde antwoord!!!  Zou het kunnen dat er zoveel onveiligheid in zijn lijf zit dat hij op het moment van een vraag gewoon niet meer bij woorden kàn komen? Zou zijn brein zo zijn aangetast door traumatische gebeurtenissen dat op sommige momenten de verbinding met bepaalde delen van de hersenen gewoon afgesloten zijn? Dat hij – zoals hij zegt – echt niet anders kan?

We hebben het vaker besproken, manlief en ik. We hebben het echt wel in twijfel getrokken, zijn ‘excuus’ dat hij niet anders kan. Zo van ‘ja lekker, zeggen dat je niet anders kan is ook wel makkelijk, want dan hoef je ook niet anders’. We hebben vaker gezien dat hij heel primitief kan reageren. Zijn broer kan bijvoorbeeld 100 keer in zijn rug porren zonder dat hij reageert, en ineens haalt hij dan uit. Met een waas voor ogen. Of dat er een grapje gemaakt wordt en hij het ene moment lacht en het volgende moment staat hij in tranen, in zijn schulp gekropen bij me. Of dat er bij een feestje wordt gelasergamed en hij dat niet durft, want het is donker en hij weet niet wat hij moet verwachten. Dus hij doet niet mee. Vechten, vluchten, verstijven, het zijn primaire reacties op gevaar. Reacties die je soms ook bij kinderen op jonge leeftijd nog ziet omdat ze nog geen andere nuances hebben geleerd. Maar voor een jongen van 10 zijn de verwachtingen anders. En we zien dat hij heel erg in die primaire reacties blijft. Dat we kunnen verwoorden wat we willen, maar dat woorden geen effect hebben op zo’n moment. Het oerbrein neemt het over. Als we er later over praten, weet hij het zelf ook niet meer. Het enige dat hij dan zegt is: ‘ik wilde mezelf beschermen.’ Heel logisch en heel verstandig, alleen vinden we de manier waarop niet altijd prettig, als dat betekent dat je gaat slaan bijvoorbeeld.

Maar hoe kunnen we hem daar nou bij helpen? Erover praten werkt niet, want hij slaat dicht. Praten schijnt vrij talig te zijn. Een paar jaar geleden hebben we het al eens gehad over cognitieve gedragstherapie, maar dat wordt hem niet. Tekenen doe ik vanuit mijn professie graag met kinderen, maar hij wil dit ook niet zo. Het moet precies worden wat hij in zijn hoofd heeft. Creatieve uitingen vindt hij lastig, want hij wil exact dat maken en kan het niet hebben als dat niet lukt.

In het interview van Bessel van der Kol lees ik hoe belangrijk het is om weer contact met het lichaam te hebben. Maar de dingen die hij noemt, herken ik niet. Zullen veel meer gelden voor acute trauma’s misschien. Knuffelen doen we al jaren, wil hij ook als tienjarige nog steeds. Bewegen doet hij gelukkig al veel. Fijn hoe therapeutisch onze trampoline in de tuin blijkbaar is 😉 En ook sensomotorische spelletjes doen we veel, ze kleien, spelen met zand. Allemaal helpend. Maar toch gaat het niet ‘over’. Kan het wel ‘overgaan’?

Ik breek me het hoofd hierover. Want ik wìl hem zo graag helpen. Ik zie hoe vervelend hij het zelf vindt. En dat het geen onwil is, maar dat het hem echt niet anders lukt.

Waarom neemt niemand me bij de hand in dit proces? Hoe kan het toch dat hij in 10 jaar tijd trauma’s op kan lopen in het ziekenhuis, maar dat ik me in datzelfde ziekenhuis toch als een soort roepende in de woestijn voel? Dat ik toch niet weet bij wie ik moet zijn? Dat we toch al jaren met deze vragen rondlopen en dat er niemand is die zegt: daar moet je zijn, dat kun je doen. Natuurlijk weet ik dat de problematiek complex is. Dat psychische problematiek soms koffiedik kijken is. Dat het vaak zoeken is wat de oorzaak van bepaalde problematiek is. Dat er verschillende zaken naast elkaar kunnen lopen. Maar waarom lijkt trauma toch zo’n taboe? Waarom lijkt het een sluitstuk van zaken? Waarom zou je je er voor moeten schamen? Waarom blijf ik ook schroom voelen om dat te benoemen? Alsof trauma een excuus is. Alsof we zouden zeggen ‘tja hij kan er ook niks aan doen, trauma hè?’ Terwijl we er juist zo graag wel iets aan zouden willen doen.

Het ìs ook niet eenvoudig voor professionals. Die slechts een deel zien. Maar dat neemt niet weg dat ik vanaf mijn eiland soms wanhopig zoek naar havens om aan te leggen. En dat het veel energie kost om elke keer de overtocht te maken en te horen dat dit niet de juiste haven is. Waar is die haven waar ik mag aanleggen? Waar is die loods die zegt: kom maar hierheen, hier mag je uitrusten? Wat zou het fijn zijn om even te mogen aanmeren! Want eerlijk? Ik ben echt heel, heel moe.

 

Heb je het artikel met het interview gemist? Lees het hier

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.