Vossenjacht – een volgende stap in het acceptatieproces

volgende stap

Vossenjacht – een volgende stap in het acceptatieproces

De school organiseerde een vossenjacht. Dat doen ze elk jaar en we hebben al een aantal keer meegedaan. Meestal was het in de wijk rondom de school. Dit jaar hadden ze gekozen voor het park in de buurt.

De jongens wilden graag meedoen. Voor de jongste was het de eerste keer. Hij wist niet goed wat hij zich er bij moest voorstellen. Al dagen had hij het er over. Hij schreef het woord zelfs met scrabble: fosujagt, zo spel je dat als je net 5 bent 😉  Gelukkig bereidden ze de kinderen op school goed voor, dus hij wist dat hij juffen moest zoeken in de bossen en dan een stempel zou krijgen.

Een paar dagen voor de vossenjacht was er een studiedag en waren we een dagje naar de dierentuin geweest. Met de rolstoel die we niet konden gebruiken vanwege lege banden (zie mijn vorige blog). Ik had mezelf voorgenomen om dat bandenprobleem snel op te lossen zodat de rolstoel eventueel gebruikt kon worden bij de vossenjacht, mocht oudste zoon dat willen. Op donderdag haalde ik het juiste verloopstukje en pompte de banden op. Dus in principe was de rolstoel weer klaar voor gebruik op vrijdag.

Ik was alleen even vergeten te vertellen tegen manlief dat ik de rolstoel hiervoor beneden had laten staan. Dus manlief had in een onbewaakt moment de rolstoel, die in de weg stond in de woonkamer inmiddels alweer op zolder gezet. Hij kon niet weten dat ik bedacht had dat we die rolstoel misschien nog nodig hadden. Maar ja, nodig…. Hij vroeg zich waarom eigenlijk. Hoe groot is dat park nou helemaal? Niet echt groot. We zaten een beetje te dubben. Oudste zoon zou het makkelijk kunnen lopen. Maar het was wel vrijdagavond, eind van de week. Ok, klopt, maar wel maar na 3 dagen school, geen hele schoolweek. Maar we hadden ook te maken met een weersomslag, waardoor hij altijd wat vermoeider wordt. En we moesten tenslotte ook nog naar het park lopen en daarna weer terug naar huis. Geen belachelijke afstanden, maar ja, je weet niet wat dat lijf nodig heeft misschien. En ach, we hebben dat ding toch, waarom zouden we hem niet gebruiken? Zo kon oudste zoon toch wat energie sparen.

Uiteraard lieten we de keuze aan oudste zoon, hij mocht het zeggen. We vermoedden al dat hij wel bekijks zou hebben met die rolstoel en bekijks, daar houdt hij doorgaans niet zo van. Hij was resoluut in zijn keuze. Ja hoor, de rolstoel ging mee. Hij vond het waarschijnlijk vooral stoer om er in te zitten en lekker zelf te kunnen rijden. Tot zover energie sparen…

Het werd vrijdagavond en we gingen enthousiast vossen jagen. We ontdekten vossen in de bossen, aan de waterkant, in de speeltuin, op de bankjes. De meester van oudste zoon was verkleed als Mario en reed op een kleuterfiets door het park. Hij daagde oudste zoon uit om een race te doen: rolstoel tegen fiets. Glansrijk gewonnen door oudste zoon natuurlijk. Topmeester!

Ik heb me vooral verbaasd en eigenlijk, heel eerlijk (sorry…!), ook wel inwendig een beetje gelachen om alle reacties op de rolstoel. Ik ben toch heel open over de aandoening van oudste zoon. Ik schrijf notabene blogs over de impact. Ik laat weinig onbesproken, dacht ik.  Heb de rolstoel ook al een aantal keer genoemd, daar doen we niet geheimzinnig over. En toch wordt het blijkbaar pas ècht als oudste zoon daadwerkelijk gezien wordt ìn die rolstoel. Alsof dan pas doordringt dat dit ècht bij ons leven hoort.

En ik snap het ook wel. Want wat mensen op school zien is eigenlijk gewoon een ‘normale’ bijna tienjarige jongen. Hoe ‘normale’ bijna tienjarige jongens er dan ook uitzien. Je ziet niets aan hem. Sterker nog, je ziet hem gewoon voetballen, gewoon rennen, hij komt gewoon op de fiets naar school. Dus zelfs voor ouders die hem kennen en die ons verhaal kennen blijft het moeilijk om te zien dat er echt wel iets aan de hand is. Zelfs voor ons blijft het soms onwerkelijk dat je hem het ene moment uit zijn dak ziet gaan op de trampoline en hij het volgende moment in een rolstoel zit. Dat ìs ook raar. En nu konden al die mensen die hem zagen, ervaren hoe raar dat dus is.

Ook kinderen keken soms vreemd op. Maar stelden heel eerlijk vragen. En vroegen echt uit belangstelling wat er met hem aan de hand was. Eén meisje dat bij hem in de klas heeft gezeten vroeg echt heel geschokt: “Oh nee, waarom heeft hij een rolstoel? Wat heeft hij gedáán?” Met de uitleg dat hij vanwege zijn hart sneller moe is, leek ze redelijk gerustgesteld. Hoewel je je kunt afvragen waarom een hartaandoening geruststellender is dan een gebroken been. Maar goed. Dat is vanuit het perspectief van een volwassene.

Er waren ook ouders die soms geschokt leken. Er werd veel gekeken. Maar niet veel gevraagd. Zo’n – toch onverwachte – rolstoel is ook echt iets om ongemakkelijke situaties te creëren. Een moeder met wie ik vaker contact heb, kwam heel spontaan, zoals ik haar ken, vragen: “Jeetje joh, hoezo een rolstoel, hoezo dan?” We hebben het wel eens over zijn hart gehad, maar ik wist niet of zij mijn blogs over de rolstoel had gelezen. Dus ik zei: “Nou, vanwege zijn hart. Hij trekt het soms niet, daarom hebben we een rolstoel.” Ze schrok en putte zich uit in verontschuldigingen “Oh sorry, ik wist het van zijn hart, maar niet dat hij ook een rolstoel nodig had, sorry dat ik dat niet wist en er naar vroeg….Je krijgt vast de hele avond dit soort vragen en wat vervelend….” Ik hoop dat ik haar gerust heb kunnen stellen dat ze helemaal geen sorry hoefde te zeggen. Logisch toch dat ook niet iedereen dat van die rolstoel weet. Maar dan vind ik het prettig als mensen, vanuit interesse en belangstelling daarnaar vragen. Daar heb ik echt geen problemen mee.

Uiteraard zijn er ook mensen die het uiteindelijk toch niet snappen. Die het misschien niet kunnen snappen, misschien niet willen snappen en het waarschijnlijk ook nooit zullen snappen. Die komen vragen hoe het zit met de rolstoel. Die dan zeggen “ja, ik wist het van zijn hart” en dan afsluiten met “maar het komt wel weer goed!” Dan glimlach ik nog maar een keer en ben ik klaar met het gesprek. Want ik heb niet altijd de energie om uit te leggen dat het wat hart betreft nooit meer ‘goed’ komt. Dat klinkt erg negatief, maar zijn hart wordt gewoon nooit een normaal hart. En we zullen altijd, àltijd die hartaandoening met ons meenemen waar we ook heengaan. En dat is niet zielig, maar dat is wel wat het is. Dat is soms verdrietig, soms beangstigend, soms iets om boos of gefrustreerd van te worden, maar het is wel wat het is. Beter dan dit wordt het niet. En dat het zo goed zou gaan, daarvan konden we alleen maar dromen 10 jaar geleden, dus je hoort ons ook niet klagen. Ik hoop dat we nog heel veel jaren die hartaandoening met ons mee mogen dragen.

Ik had, heel naïef, niet verwacht dat de rolstoel nog zoveel indruk zou maken. Omdat ik er voor mijn gevoel open over ben, dacht ik dat mensen het wel wisten. Maar toch waren er nog genoeg mensen die het niet wisten. Of die het wel wisten, maar het beeld van oudste zoon in de rolstoel nodig hadden om te beseffen dat het ècht is. En misschien betekent het ook wel dat het voor ons eigenlijk al best ‘normaal’ is om die rolstoel te hebben. Heb ik misschien dan toch al een volgende stap in het acceptatieproces gezet en ben ik er blijkbaar toch al een beetje aan gewend ;-).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.