Trauma: wat EMDR al niet teweeg kan brengen

boekenkast vol

– ping, ping, ping –

Ik loop in de gang van de poli waar ik werk. In het ziekenhuis in Nieuwegein. Ik werk hier al zo’n 9 maanden. Al 9 maanden loop ik drie keer per week deze gang op. En terwijl ik deze keer de deuren doorga, hoor ik aan het eind van de gang een bekend geluid.

– ping, ping, ping –

En ineens ben ik in het WKZ. Ik loop door de gang, naar afdeling Leeuw. De gang waar we zóveel gelopen hebben. Bij de eerste twee opnames liepen we alleen die gang door richting Pelikaan. Bij de laatste grote operatie liepen we die gang ook door, maar dan mèt de kleine man. Hij op zijn loopfiets, drainbakken in de bak van de loopfiets. Wij binnen een straal van een meter erachteraan. Want de slangen van de drains hebben maar een beperkte lengte. Ik zie de bruine muren, ik voel het trekkoord om de deuren te openen (inmiddels vervangen door een drukknop) in mijn handen. De wc’s aan de rechterkant. Kamertjes waarvan de bruine deuren altijd dicht zijn aan de linkerkant.

Het duurt maar een paar seconden en dan ben ik weer gewoon in Nieuwegein. Ik hoor de alarmen nog een keer tingelen, maar ik krijg niet opnieuw een flashback. Ik ben verbaasd over wat er net gebeurde: dat het getingel van de alarmen me ineens jaren terug liet gaan in de tijd. Alsof ik even niet hier was.

Een paar dagen later loop ik in het ziekenhuis een onderzoeksruimte in en ruik een bekende geur. Er heeft net iemand uitgebreid zijn handen gedesinfecteerd met de handalcohol die in het ziekenhuis in elke ruimte hangt.

Ineens zie ik in een flits de verschillende kamers in het WKZ waar oudste zoon in gelegen heeft. Ik zie oudste zoon op bed terwijl ze zijn drain insteekopeningen verschonen en hij zich in zijn cocon terugtrekt. Ik zie de ingang van afdeling Pelikaan, de kinder IC. De deuren gaan open en links naast de deur hangt het flesje met de bekende blauwe handendesinfectie. Ik voel de spanning van mijn kind op de OK achterlaten. In mijn lichaam trekken dezelfde spieren samen als toen, ik voel de spanning in mijn maag.

Het duurt maar even en dan ben ik weer gewoon terug op mijn werk. Ik zie de onderzoeksruimte waar ik net binnenliep. Al maanden lang loop ik drie keer per week ruimtes in waar mensen net hun handen hebben schoongemaakt met die alcohol. Al maanden lang ruik ik die geur bijna dagelijks. Maar vandaag is het blijkbaar toch anders. De geur van de handalcohol maakte van alles in me los.

Het verbaast me. Waarom reageer ik nu ineens zo heftig op dingen waar ik al maanden tussendoor loop? Op de geur van de desinfectiezeep, het geluid van de alarmbellen. Waarom roept dat ineens flashbacks op naar 8 of 9 jaar geleden?

En dan valt het kwartje. Sinds kort zijn we bezig met EMDR. Een traumagerichte therapie. In het geval van oudste zoon gericht op een preverbaal trauma. Want aan de periode dat hij zijn trauma opliep heeft hij geen concrete herinneringen. Hij kan hier niet over praten, want hij had toen nog geen woorden tot zijn beschikking. Hij kent de trauma’s niet, maar ergens in zijn systeem is dit wel opgeslagen.

Voor de therapie moesten wij als ouders een verhaal schrijven. Een verhaal over wat hij heeft meegemaakt als baby. Met de nadruk op de gevoelens die hij waarschijnlijk als baby heeft doorgemaakt. En ik merkte dat alleen al het schrijven van het verhaal de nodige emoties bij me opriep. Alsof ik een boek ergens uit een kast had getrokken en daarmee iets in gang zetten waardoor alle boeken van de plank af gekletterd waren. Zoiets.

Voordat we de eerste sessie met oudste zoon deden, deed ik eerst zelf een EMDR sessie. Ik moest namelijk het verhaal “normaal” kunnen voorlezen. Niet blikkerig en emotieloos als een robot, maar ook niet zelf in tranen uiteraard. Dus naar de eerste afspraak ging ik alleen. Ik mocht het verhaal voorlezen. Elke keer als een emotie me overviel moest ik in de lichtbalk kijken. Zodra ik begon met het verhaal, ging ik al los. Het allesoverheersende gevoel dat mijn zoon zich als baby zo bang heeft gevoeld, zoveel pijn heeft gehad en dat ik als moeder gefaald had. Ik die hem een fijne komst op de wereld had ‘moeten’ geven en die hem in plaats daarvan achterliet in het ziekenhuis. Ik die niet 24 uur per dag bij hem ben geweest, die hem geen veilige haven kon bieden. In ieder geval niet zoals de natuur bedoeld heeft. Tranen met tuiten heb ik zitten huilen. Alsof er een beerput openging. Maar warempel. Aan het eind van de sessie kon ik het verhaal voorlezen zonder te gaan huilen. Wat een overwinning. Maar ik was gesloopt!

We waren nu op een punt dat we twee sessies met oudste zoon gedaan hadden. Twee keer had ik het verhaal gelezen voor oudste zoon en twee keer had hij de EMDR ondergaan. Gesloopt, was hij ook, na elke sessie. Dan denk je: pfff, alleen een verhaal aanhoren, hoe moe kun je daarvan worden? Maar we zagen het bewijs. Na het voorlezen mocht hij even darten met papa terwijl mama en de psycholoog even napraatten. En na zo’n sessie duurde het een eeuwigheid voor hij de simpelste som had uitgerekend, terwijl hij een ontzettend goede rekenaar is. Er was dus wel degelijk iets in die hersenen gebeurd tijdens het luisteren naar het verhaal.

Maar blijkbaar had het met mij ook het nodige gedaan. Hoewel wij wel woorden hadden voor alles wat er gebeurd was, hadden herinneringen zich dus ook diep opgeslagen in ons systeem. Herinneringen in de vorm van geluiden, beelden en geuren. Sinds het schrijven van het verhaal lag de inhoud van die volle kast op de grond. Dankzij de EMDR sessie die ik zelf kreeg en de sessies die we met oudste zoon deden kon ik gaan kijken naar wat er eigenlijk allemaal lag in die kast. En daarna was het tijd om alles langzaam weer te gaan opruimen. Netjes op zijn plek. Overtollige en oude boeken konden weg, de rest terug in de kast.

Je kunt nog zo goed rationeel alles op orde denken te hebben, je lichaam verraadt je toch. Geuren, geluiden, het kunnen allemaal triggers zijn. Ze overvielen me een beetje omdat ik ze niet had verwacht. Ik dacht dat ik best alles een plekje had gegeven, voor zover dat kan. Je kunt lang stapelen en het idee hebben dat alles wel blijft liggen. Maar op een gegeven moment wordt het instabiel. En als je dan iets erbij legt of iets wilt pakken, kan het zomaar gebeuren dat werkelijk àlles uit die kast naar beneden valt en op je hoofd belandt. Dan kun je het natuurlijk terug proppen. Of je probeert om het ècht op te ruimen. En dan gaat die hele kast leeg.

Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder. Natuurlijk triggert een geluid of geur me nog wel eens even. Maar niet meer zo heftig als toen tijdens het traject. Die kast zit nog steeds vol, maar ziet er voor nu weer netjes uit. Aan mij de taak om hem netjes te houden en niet te wachten met opruimen tot ie weer uitpuilt. Best een uitdaging voor iemand die niet zo goed iets kan weggooien 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.