Ouders

Je draagt de zorg voor je kind. Dat is logisch. Dat is de taak die wij als ouder hebben. Je kind wordt bij zijn geboorte aan jullie toevertrouwd. Van een baby die 24 uur per dag van jou afhankelijk is groeit je kind op tot een kind en een jongere die steeds meer zelf kan en doet.

Dus het is helemaal niet zo gek als je kleine kinderen hebt en je komt nauwelijks aan jezelf toe. Ze noemen het niet voor niets de tropenjaren. De zorg voor jezelf staat even op een lager pitje. En zolang je niet op omvallen staat, is dat ook helemaal niet verkeerd. Af en toe wat tijd voor jezelf inplannen is een goed idee natuurlijk, maar je merkt dat als de kinderen wat groter worden, dat er langzaam wat meer rust en tijd voor jezelf komt.

Maar dat is niet altijd zo. Die tropenjaren, ja, die herkent bijna elke ouder wel. Maar niet alle tropenjaren kun je met elkaar vergelijken.

  • Want wat als die tropenjaren eigenlijk nooit overgaan omdat jouw kind zoveel zorg nodig heeft dat hij eigenlijk altijd van jou afhankelijk blijft?
  • Wat als die tropenjaren nog eens verzwaard worden omdat jouw kind een (ernstige) aandoening heeft en je je veel zorgen maakt?
  • Wat als die tropenjaren verzwaard worden omdat jouw kind enorm prikkelgevoelig of temperamentvol is en jouw energie lijkt weg te zuigen?
  • Wat als jouw kind worstelt met “anders-zijn”, bijvoorbeeld door hoogbegaafdheid, hooggevoeligheid, genderproblematiek of gewoonweg geen aansluiting kunnen vinden? En jij je hierover veel zorgen maakt?
  • Wat als jij vanuit je jeugd nooit hebt geleerd om voor jezelf te zorgen en te mogen kiezen voor jezelf? Hoe doe je dat dan terwijl er een enorm beroep op je gedaan wordt? En jij wordt tegengehouden door hinderende overtuigingen zoals “een goede moeder staat àltijd voor haar kind klaar”?
  • Wat als je erachter komt dat je hoogsensitief bent en je hierdoor enorm goed aanvoelt waar anderen behoefte aan hebben? En nooit geleerd hebt om te voelen waar jìj nou behoefte aan hebt?

 

Het zal duidelijk zijn dat voor jezelf zorgen in deze situatie een behoorlijke uitdaging is. Helemaal als er verschillende dingen tegelijkertijd spelen. En vaak is dat het geval: je hebt nooit geleerd om echt goed voor jezelf te zorgen, je bent hoogsensitief waardoor je het zorgen voor anderen als tweede natuur hebt, je kind vraagt om meer dan normale zorg (bijvoorbeeld tijdens ziekenhuisopnames), je maakt je meer zorgen vanwege de ontwikkeling van je kind, maar ook om de ontwikkeling van broers/zussen. Maar het zal ook duidelijk zijn dat juist als de omstandigheden zoveel energie van je vragen, dat het jùist belangrijk is om jezelf niet te vergeten!

 

Voor veel ouders voelt het als een tegenstrijdigheid om meer tijd voor zichzelf in te plannen. Je moet er toch zijn voor je kind? En natuurlijk spreek ik dat niet tegen. De vraag is alleen hoe goed jij er nog ècht kunt zijn als jij van ellende omrolt.

 

Uit ervaring weet ik dat je lang diep kan gaan. Tijdens ziekenhuisopnames en spannende periodes daarna ging ik knalhard in het rood. En boorde ik energielevels aan waarvan ik niet wist dat ik ze had. Maar dan: dan moet je toch herstellen. Want hoe dieper je in de min gaat, hoe langer de weg naar boven. En dat geeft niet, alleen moet die weg naar boven dan wel ingezet kunnen worden. En daar rust en ruimte voor nemen, dat is moeilijk terwijl de trein met dagelijkse dingen voortdendert. Want werkgevers snappen niet dat je juist na een heftige periode even tijd nodig hebt om te herstellen. Want “je bent toch niet ziek?” En familie of vrienden begrijpen niet dat je niet meteen mee kan doen aan allerlei sociale activiteiten. Deels omdat je misschien nog te moe bent, maar deels omdat voor jouw kind niet zomaar een oppas tevoorschijn te toveren is. Hoe goed 15-jarige buurmeisjes ook kunnen oppassen (ik heb het zelf ook gedaan), het is toch wat anders als je moet oppassen op een kind met een handicap. Of op een kind met een ziekte/aandoening waarbij volwassenen al vragen of je er als ouder even bij wil blijven. Of op een kind met een trauma of hechtingsstoornis. Dan moet je niet alleen als oppas, maar ook als ouder flink wat overwinnen om dan weg te gaan.

 

Uit een onderzoek van het NJI uit 2014 bleek dat 60% van de ouders met een zorg(en)intensief kind een burnout  krijgt of overwerkt raakt. Ook bleek daaruit dat 42% van de ouders relatieproblemen krijgen. Geen cijfers om blij van te worden. Veelal ligt een burnout op de loer omdat ouders naast de zorg(en) voor hun kind, zo “normaal” mogelijk willen blijven doen. En aan verwachtingen van de buitenwereld willen blijven voldoen, deels omdat ze zelf nog in een soort rouwproces en acceptatieproces zitten dat hun wereld is veranderd. En nog niet kunnen of willen accepteren dat er andere keuzes gemaakt moeten worden wellicht. Deels omdat dit van de buitenwereld gevraagd wordt. Je werkgever vraagt een bepaalde inzet, dus zelfs al heb je een kind met een extra zorgvraag, dan probeer je tòch zo goed mogelijk je werk te blijven doen. Want die pasbevallen collega komt toch ook gewoon op tijd ook al slaapt haar baby nog niet door? Waarbij je voor het gemak even vergeet dat jij al 4 jaar niet doorslaapt omdat je kind nachtelijke angsten heeft vanwege zijn ziekenhuisopnames bijvoorbeeld.

Relatieproblemen komen vaak voor omdat je als partner allebei anders in het proces kan staan en elkaar hierin kan kwijtraken. Het ìs al druk in een jong gezin. De kans om langs elkaar heen te leven ìs al groot. Laat staan als je ook nog eens veel stress, boosheid, angst en verdriet voelt vanwege de aandoening van je kind. Het is belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven om in contact te blijven. Zodat je weet wat er in elkaar omgaat. En dat je elkaar kunt versterken als team in plaats van jezelf allebei op je eigen eiland te verschansen en steeds verder van elkaar af te drijven. Maar ja, hoe doe je dat tussen al bedrijven door, terwijl je zo moe bent dat je over je eigen wallen struikelt?

 

 

Het is moeilijk als je er midden in zit om even op die pauzeknop te drukken. Want naast alle drukte die je al hebt, moet je nu dus misschien ook met je zelf of met je relatie aan de slag. Moet je je partner misschien overhalen om eens te gaan praten met iemand, terwijl die denkt “pfff, laat me nou, dat zweverige gedoe is nergens voor nodig.” Superlastig om die spiraal te doorbreken. Maar hou in je achterhoofd dat hoe langer je in een bepaalde spiraal zit, hoe langer de weg terug is. Hoe dieper patronen zijn ingesleten, hoe moeilijker ze te veranderen zijn. En hoe verder jullie eilanden al van elkaar verwijderd zijn en er nare woorden gevallen zijn, hoe moeilijker het is om weer in contact te komen.

Ik begrijp je volkomen. Ook ik dacht heel lang dat we er wel uit zouden komen. Dat ik toch voldoende kennis en bagage als (kinder)coach had om het zelf op te lossen. Toch was er gezinsbehandeling nodig om de ingesleten patronen aan te passen. Een langdurig traject werd het, omdat we al 11 jaar op dezelfde manier handelden. En ook de kinderen niet beter wisten dan dat dit het was. Het traject leerde me naast het herkennen van de patronen in onze communicatie ook hoe belangrijk ik mezelf maakte voor de ander (ik zou het wel oplossen, dan kwam het goed) en hoe onbelangrijk is mezelf maakte voor mezelf (als de ander het maar goed heeft, dan is het oké). Ik ben blij dat we aan de bel getrokken hebben, maar het zou een stuk makkelijker zijn geweest als we dat eerder hadden gedaan.

Want: je hoeft het niet alleen te doen.
Maak die ruimte voor jezelf, dat is al een eerste stap in het voor jezelf zorgen!

 

Bij Prikkelpracht kun je terecht voor verschillende vormen van ondersteuning.

Bewaren

Bewaren