Oude angsten die worden opgerakeld: verwacht het onverwachte

IMG_20180420_164040_resized_20180420_044132688 (002)

 

Ik ben aan de telefoon met mijn moeder als ik het bericht hoor. Mijn neef heeft zojuist een ongeluk gehad. Terwijl wij elkaar aan via de vaste lijn spreken is mijn oma nu mijn vader op zijn mobiel aan het bellen, dus ik word live op de hoogte gesteld. Ze weten niet hoe het met hem gaat, maar het ziet er niet goed uit. Hij is in het ziekenhuis, maar ze vrezen het ergste. Ik schrik ervan. Ik ken hem niet goed. Sinds mijn 8e wonen we ver van onze familie vandaan. Met sommige neven en nichten heb ik contact via Facebook. We zien elkaar één keer per jaar op onze oma’s verjaardag. Een enkeling spreek ik ook nog wel eens vaker. Maar met deze neef heb ik nauwelijks contact. Nooit gehad ook. Mijn moeder belooft me op de hoogte te houden.

De volgende avond belt ze weer.  Ze wilde dit niet via een appje doen. Haar nieuws is niet te bevatten. Hij is overleden. Hij is er gewoon niet meer. Hij is de avond ervoor aangereden door een auto, op de fiets bij het oversteken. De verwondingen waren te ernstig en ze hebben hem moeten laten gaan. Zesendertig jaar. Een week ervoor had hij zijn verjaardag nog mogen vieren. Hij laat zijn twee ouders en zijn jongere broer en zus achter.

Patsboem, zomaar ineens ben je er dan niet meer. Het zijn van die dingen die je in de krant leest. Van die dingen die ànderen overkomen. En dan ineens is het dichtbij. Het brengt me van mijn stuk en het brengt me uit balans.

Ik denk aan mijn oma. Ze is 98. Dan heb je zoveel meegemaakt en dan kom je op een punt dat je je eigen kleinkind moet gaan begraven. Hoeveel veerkracht heeft ze nog? Hoe leuk is het nog om te leven als mensen om je heen wegvallen? Als zelfs je kleinkinderen overlijden? Zoals ze zelf later ook zei: “ik had moeten gaan, hij niet!”. Ik denk dat ze met alle liefde haar plekje had omgeruild.

Ik denk aan zijn ouders, mijn oom en tante. Aan hoe verdrietig zij zijn. Hoe groot hun gemis zal zijn. Hoe zij verder moeten. Het ene moment zwaai je je zoon nog uit, het volgende moment is hij er niet meer. Het ene moment heb je een grote broer waar je je tegen af kunt zetten en waar je een voorbeeld aan wilt nemen, het volgende moment sta je met een gat in je hart en heb je alleen je herinneringen nog. Ik voel hun verdriet als was het het mijne. Want zij moeten nu doormaken waar ik altijd bang voor ben geweest.

Al die jaren zijn we al bang. Sinds we 9 jaar geleden te horen kregen wat er met oudste zoon aan de hand was, zijn we bang geweest om hem te verliezen. Vooral in de eerste jaren met ziekenhuisopnames en oorinfecties was die angst altijd aanwezig. Nu sluimert het op de achtergrond en is het soms ook weg. Om dan ineens terug te komen. Alsof ik wakker schrik, alsof ik me wil voorbereiden op een sluipmoordenaar. Zo van, ‘als je er rekening mee houdt is het minder erg ofzo’. Wat natuurlijk nergens op slaat.

Ik weet nog wat we destijds tegen elkaar zeiden om onze angst te relativeren. Ik herinner me dat ik tegen mensen om me heen zei: “We kunnen wel altijd bang zijn om de oudste, maar voor hetzelfde geld loopt één van zijn broers onder de auto.” Dat zijn dingen die je zegt om je angst te bezweren en ergens weet je dat het klopt. Maar de werkelijke impact van zo’n zin besef je niet. Gelukkig ook maar.

Want hoe waar dat is, blijkt nu dus wel. Een ongeluk zit in een klein hoekje en nee, het gebeurt niet alleen bij anderen. Het kan zomaar ineens afgelopen zijn. En dat maakt me bang.

Ik merk dat ik er weken van van slag ben. Het komt binnen op allerlei niveaus. Het raakt teveel aan de angsten die ik jaren gevoeld heb. Het raakt aan de angst voor de dood die ik sinds klein af aan al gehad heb. Het raakt aan een stuk controleverlies waar ik moeite mee heb. Dood is een onderdeel van het leven en niemand, niemand weet wanneer het gaat gebeuren. En zo kan het gebeuren dat je een kind hebt met een ernstige aandoening die levensbedreigende operaties heeft moeten ondergaan die nog vrolijk rondhuppelt (gelukkig!) terwijl een jongeman in de kracht van zijn leven er zomaar ineens niet meer is. Dat is het leven en met die wetenschap zal ik het moeten doen.

Het leven is maakbaar tot op bepaalde hoogte. Ergens moeten we ons overgeven. En voor een controlefreak is dat weer even een pijnlijke bevestiging.

Aan een gebeurtenis als deze zitten altijd twee kanten. De ene kant is het angst-stukje. Het stemmetje in mijn hoofd dat mijn angsten kan aanwakkeren krijgt hierdoor weer munitie en schreeuwt me toe: “Zie je wel dat je bang moet zijn! Zie je hoe snel het afgelopen kan zijn? Zie je hoe voorzichtig je moet zijn? Zie je wel dat je je kinderen gewoon eigenlijk niet kan loslaten en zo lang mogelijk bij je moet houden? Zie je dat het gevaarlijk is om je te hechten aan mensen?” Dit stemmetje kan zich weer helemaal uitleven.

Maar er is ook juist een andere kant. Want ook het stemmetje dat wil relativeren krijgt door deze gebeurtenis munitie. Dit stemmetje zegt: “Zie je wel dat bang zijn geen nut heeft, je weet tòch niet wat er gebeurt. Zie je dat je bang kan zijn voor de ene en tegelijkertijd gebeurt er iets bij de ander? Zie je dat het geen zin heeft om je kinderen klein te houden, ze kunnen ook aangereden worden als ze dertig zijn. Zie je dat het belangrijk is om te genieten van het nu, juist omdat je niet weet hoe straks er uit ziet?”

Het heeft geen zin om één van beide stemmetjes in te willen dammen. De angst die nu opgerakeld wordt, moet niet de overhand krijgen. Maar alleen luisteren naar het relativerende stemmetje werkt ook niet, want de angst is reëel. Beide stemmetjes hebben ruimte nodig en beide stemmetjes hebben gelijk. Want dankzij de angst dat je alles zomaar zonder waarschuwing kwijt kunt raken, besef ik nog eens des te meer hoe belangrijk het is om te koesteren wat ik heb. Word ik er nogmaals pijnlijk aan herinnerd dat ik niet teveel moet leven in ‘vroeger’ of in ‘straks’, maar dat het gaat om ‘nu’.

Natuurlijk kan ik ervoor kiezen om de hele dag maar bang te zijn voor iedereen, want stel dat…. Maar word ik daar gelukkig van? Worden de mensen om me heen daar gelukkig van? Bovendien voorkom je er niks mee. Het grootste risico van leven is immers dat je doodgaat. Dat is ook de enige zekerheid die we hebben, dàt het een keer gebeurt.

Ik besef eens te meer hoe belangrijk het is om te leven. Je weet nooit wanneer het afgelopen is. Dus hou niet in, bewaar geen dingen voor later uit angst, praat ruzies uit en geniet van elke dag die je gegeven is. Zodat mòcht er iets onverwachts gebeuren, je altijd mooie herinneringen hebt. Die nooit het gat zullen vullen dat een geliefde achterlaat, maar die wel het leven de moeite waard hebben gemaakt.

Ik voel dat ik nog even tijd nodig heb om de balans hierin weer te vinden, maar ik voel ook dat dat weer gaat lukken.

Carpe diem!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.