De achtbaan: wachten tot het van start gaat

de achtbaan: wachten tot het van start gaatIk ben een jaar of 16. Ik sta met mijn vriendinnen in een drukke rij. Voor me staan nog best veel mensen. Ik kijk achterom. Achter me staan nog veel meer mensen. Ik voel me een beetje gevangen. Ik kan geen kant op, alleen maar mee in de stroom. Waarom heb ik ook al weer ja gezegd? Ik voel mijn mond droog worden. Voetje voor voetje komen we dichterbij. Allerlei gedachten tuimelen rond in mijn hoofd. Toen we aan het begin van de rij stonden, viel het nog wel mee. Maar hoe dichter bij we komen, hoe hardnekkiger die gedachten worden. “Wat nou als dat ding naar beneden valt?” “Wat nou als we uit de bocht vliegen?” “Wat nou als ik super misselijk word en moet spugen?” “Straks loop ik de hele middag misselijk te zijn.” “Wat nou als de elektriciteit ermee ophoudt: laat dat karretje dan los?” Allemaal irreële gedachten, hoewel, had er niet in de krant gestaan dat er een keer mensen uit een karretje waren gevallen? Ik bedoel, je zal nèt diegene zijn….
Ik zit mezelf gek te maken met deze gedachten. Ik schiet er niks mee op. Ik probeer gewoon nergens over na te denken, zet mezelf in een soort automatische piloot. Ik sta nu eenmaal in de rij, ik ga er op af en de enige manier is om mezelf af te sluiten.

De mensen vóór ons zijn aan de beurt. Nog één ronde dan zijn wij. Ik wil er niet aan denken. Mijn mond wordt steeds droger en droger. Ik slik en slik. Ik voel mijn hart bonken. Voor ik het weet is het onze beurt. We stappen in. Eigenlijk wil ik het liefst aan de andere kant meteen weer uitstappen, maar ik doe het niet. Angst is een slechte raadgever, ik wilde dit toch? De beugels gaan naar beneden en nu bekruipt een soort paniek me: ik kan ècht niet meer terug. En tegelijk daalt er ook een soort rust op me nee: ik kan ècht niet meer terug. De hele tijd dat ik die twijfel heb gevoeld, ik moet het nu loslaten. Ik moét me er aan overgeven, hoe eng ik het ook vind. Er is geen weg terug, alleen nog maar vooruit.

Tergend langzaam gaan we naar boven. Als je beneden in die rij staat, dan zie je al dat het niet snel gaat. Maar als je er in zit, dan lijkt het helemaal wel als of je maar millimeter voor millimeter vooruit komt. Ik weet dat het losgaat als we bovenin zijn, maar oh wat duurt het lang. Ik kan alleen maar denken: “Laat het nou gewoon maar gebeuren, laat het nou maar gaan. Als we eenmaal naar beneden gaan, dan kan ik niet meer nadenken en dan moet ik mee tot het eind. Maar dit, dit tergend langzame voorspel voordat het losbarst, dat is killing.” Mijn hart gaat steeds harder bonken, met zweethandjes heb ik de beugels vast.

Dan zijn we boven. Ik voel hoe we kantelen en daar gáááááááán we! Ik kan alleen maar gillen en mezelf overgeven aan de bumpy ride. Ik moet mee in het karretje, hoef er niet over na te denken, we gaan met die banaan, hoppetee twee loopings door en eigenlijk voordat ik het in de gaten heb, zijn we al weer terug. De beugels gaan omhoog en met wiebelige benen stap ik uit. Een beetje draaierig en een beetje misselijk, maar een ervaring rijker.

Bijna 15 jaar later ben ik zwanger van onze oudste zoon. En ik moet terugdenken aan deze ervaring in het pretpark. Het vreselijke wachten, het malen over allerlei dingen die fout zouden kunnen gaan. Sinds we weten dat onze zoon een hartaandoening heeft, staan we in de rij. Aan het begin van de rij lukte het nog om aan andere dingen te denken of om soms op de automatische piloot dingen te doen. Maar de rij vordert en vordert. De gedachten laten zich niet meer tegenhouden: “Wat nou als hij dood gaat? Wat nou als hij heel gehandicapt raakt? Wat nou als we máánden in het ziekenhuis zitten?” Ja, het gaat met veel kindjes goed, maar je zal nèt diegene zijn…..

En zo’n week of twee voor de uitgerekende datum voelt het alsof we aan het eind van de rij zijn aangekomen en alsof ik aan de beurt ben. Het voelt alsof we instappen en de beugels naar beneden gaan. Alsof we tergend langzaam de achtbaan omhoog gaan. Ik voel regelmatig mijn hart tekeergaan. Ik voel vooral paniek: “Ik wil dit niet, ik wil terug! Mag ik alsjeblieft uitstappen?!” Maar ik weet dat uitstappen geen optie is. En ik herinner me dat gevoel van toen, in dat karretje omhoog, dat ik gewoon graag wil dat we bovenaan zijn. Dat we gewoon óver die hobbel zijn, dat ik kan gaan gillen en niet meer hoef na te denken. En ik denk: “Laat het maar gewoon gebeuren, laat het maar van start gaan. Ik kan nu toch niet meer terug, maar dit wachten is killing!”

Zoonlief besloot mama nog wat te plagen door nog 5 dagen te blijven zitten na de uitgerekende datum zodat mama, een fervent nagelbijtster, geen nagels meer over had. Het was 7 juli 2009 en door mijn paniek stagneerde het wagentje twee centimeter voordat we bij de top waren. De monteurs moesten er aan te pas komen om het wagentje weer vlot te trekken. Dat gebeurde op 8 juli 2009 dankzij een keizersnee en daar gingen we! De bumpy ride ging van start, we maakten wat loopings, leken soms even stil te hangen, maar gingen toch weer verder en op 17 augustus 2009 kwamen we met ons karretje weer thuis. We stapten uit. Een beetje draaierig, een beetje moe. Maar gelukkig was alles goed gegaan. Achtbanen, pfffff….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.